In de kijker
|
|||
|
Wetenschappelijke werking
Archeologische dienst
Het ontstaan Voor 1850 is niet veel informatie gekend over mogelijke vondsten in en rond Maaseik. Het is pas in de tweede helft van de 19e eeuw, wanneer plaatselijke amateur-archeologen en wetenschappers uit Luik en Brussel in de Maasvallei op zoek gingen, dat de eerste vondsten geregistreerd werden. Het betrof voornamelijk prehistorische en Romeinse artefacten. Al dit materiaal dat bijdroeg tot de vorming van de Maaseikse geschiedenis, werd vreemd genoeg overgebracht naar musea in Luik, Brussel, Hasselt en Tongeren. Als reactie op deze archeologische ontvreemding ontstonden in de eerste helft van de 20e eeuw in Maaseik en onmiddellijke omgeving enkele privé-collecties (Dhr. Philips, Dhr. Nyssens, Dhr. Geerkens, Dhr. J. Gielen). Langzaam maar zeker zouden zij de weg banen naar een Stedelijk Museum mét archeologische collectie! Het
Stedelijk Museum werd vlak voor WO II ingericht in het Koetshuis langs
de Eikerstraat. Het herbergde vanaf het begin historische en archeologische
voorwerpen, geschonken of in bruikleen gegeven door voorvermelde verzamelaars
en andere inwoners van de Stad Maaseik. Men kan dus stellen dat er een vrij groot belang gehecht werd aan archeologische vondsten. Het betrof echter steeds losse vondsten, niet afkomstig van wetenschappelijk onderzoek. Het gevolg was dat Maaseik, toen, hoofdzakelijk gekend was omwille van haar bovengronds patrimonium zoals het historische marktplein, het apotheekmuseum en de prachtige gebouwen in Maaslandse bouwstijl. In 1973 werd, bij de uitgraving van een bouwput, in Ophoven een Merovingisch grafveld ontdekt. Het wetenschappelijk onderzoek werd uitgevoerd door de Nationale Dienst voor Opgravingen. Slechts twee jaar later deed men opnieuw een belangrijke archeologische ontdekking, ditmaal in Maaseik zelf langs de Oude Ophoverbaan. Het betrof een Romeins grafveld. Opnieuw verzorgde de Nationale Dienst voor Opgravingen het wetenschappelijk onderzoek. De gegevens van beide opgravingen werden onderzocht en geanalyseerd door A. Claassen, H. Heymans en de Nationale Dienst voor Opgravingen. De
voortdurende noodonderzoeken (1973-1984) in de ontgrindingszone langs
de Maas tussen Kessenich en Maaseik bewezen op een pijnlijke manier
hoeveel informatie er dagelijks verloren ging zonder een plaatselijke
archeologische dienst. Na een lange discussie over de bewaarplaats van de archeologische vondsten, werd er in 1982 door Mevr. N. Tonnaer-Van Echteld, een plaatselijke mecenas, het gelijkvloers van een prachtig pand aan de Markt in erfpacht ter beschikking gesteld. Haar uitdrukkelijke wens was ‘de belangrijke archeologische vondsten uit de regio niet verloren te laten gaan, maar voor altijd in Maaseik te bewaren tot educatieve en pedagogische waarde voor de maaslandse jeugd’. Het pand bleek na de opening op 18/12/1982 té klein en dezelfde maecenas schonk nu een stuk grond om een nieuw archeologisch museum te bouwen! Het Museactron, geopend op 22 september 1987, werd een vooruitstrevend educatief medium, dat de archeologie een nieuw elan bezorgde naar het bredere publiek toe. De evolutie van de archeologische dienst Terugkijkend op méér dan 20
jaar stadsarcheologie in Maaseik kan men stellen dat het onderzoek
zich grotendeels beperkte tot noodonderzoek op kleine percelen die
vrijkwamen voor bebouwing in de historische stadskern of onderzoek
van bestaande historische panden. Naast deze noodopgravingen werden er ook een aantal grootschalige opgravingen doorgevoerd vóór de aanvang van bouwwerken: het Capucinessenklooster, het Romeins grafveld ’t Meulke, de winkelprojecten Kloosterbempden/Hepperstaete en Kol. Aertsplein en project Sint-Annakerk. Van 16 september 1985 tot 08 augustus 1986 vond op de terreinen van het huidige Rijksadministratief Centrum, langs de Bleumerstraat, een uitgebreid onderzoek van het Capucinessen- of Sionklooster plaats. Naast bouwsporen van de 17e en 18e eeuwse kerk- en kloostergebouwen, konden ook water- en beerputten en het grafveld van het klooster gelokaliseerd en onderzocht worden. Interessante antropologische, botanische en archeologische vondsten schetsen, naast het archief van dit klooster, een realistisch beeld van het leven binnen deze kloostermuren. Stadsarcheologie beperkt zich niet tot archeologie binnen de stadsmuren, maar kijkt ook naar de regio waarbinnen die stad zich ontwikkeld heeft. Sinds 1970 kende men het bestaan van enkele Gallo-Romeinse graven in Geistingen op een plaats genaamd ’t Meulke. Wanneer in 1989 diezelfde zone werd bedreigd door woningbouw kon de dienst stadsarcheologie van Maaseik onmiddellijk ingrijpen en onderzoek uitvoeren. Hierbij werd een Romeins grafveld ontdekt met 87 structuren, waarvan 77, aan de hand van crematieresten, met zekerheid als graven geïdentificeerd konden worden. Verspreid over 59 graven werden er 425 bijgaven aangetroffen, waaronder keramiek, metaal en glas. Het grafveld werd in de eerste helft van de 1e eeuw n.Chr. in gebruik genomen en werd verlaten in de 3e eeuw n.Chr. Voor meer informatie over de winkelprojecten Kloosterbempden/Hepperstaete en Kol. Aertsplein en project Sint-Annakerk, zie Archeologisch onderzoek. Contact: |
Lees hier de laatste stand van zaken betreffende het restauratieproject van de apotheek.
|
|